

Wetenschappers van het INBO nemen DNA-stalen en verzamelen gegevens op een landbouwbedrijf in Meerhout – foto’s: Billy Herman
Bijna drie weken is wolvin Naya nu op Vlaamse bodem. Na een duizelingwekkende tocht van 500 km in 10 dagen, die begon in NO-Duitsland, leek ze op het militair domein van Leopoldsburg-Beringen een voorlopig leefgebied te hebben gevonden dat alles te bieden had wat haar wolvenhart kon begeren: voldoende rust en voedsel in overvloed, in het bijzonder reeën en everzwijnen, maar ook hazen, konijnen, mollen en muizen.
Maar nu ziet het er naar uit dat de ‘Wandelwolf’ zich weer in beweging heeft gezet. In de nacht van vrijdag 19 op zaterdag 20 januari werden op een landbouwbedrijf in Meerhout twee schapen gedood en een derde ernstig verwond. Alles wijst er op dat het hier om een wolvenaanval gaat. De link met Naya is dan snel gelegd.
Het Meldpunt Wolven ontving in de ochtend van zaterdag 20 januari een oproep van de getroffen landbouwer, een jonge ondernemer met een groot landbouwbedrijf voor wie de schapenhouderij eerder een nevenactiviteit en hobby is. Uiteraard maakt dat de emotionele schade niet minder, want de man was terecht zwaar aangedaan door wat zich de nacht voordien had afgespeeld in het weiland naast de ouderlijke boerderij: twee van zijn beste schapen gedood en een derde dat maar op het nippertje kon worden gered door een operatie ter plaatse. Dat dier is inmiddels aan de beterhand.
Landschap vzw, de natuurvereniging achter het Meldpunt Wolven, stuurde onmiddellijk een vrijwilliger ter plaatse en bracht tegelijkertijd het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) op de hoogte. Het INBO krijgt weliswaar gegevens van de GPS-tracks via de zender in de halsband van wolvin Naya, maar die gegevens komen met vertraging binnen. Bovendien zeggen die gegevens niet wat Naya aan het doen is… Snel handelen was de boodschap, want het protocol vereist dat binnen de 24 uur DNA-stalen worden verzameld. Dat is niet alleen belangrijk voor het wetenschappelijk onderzoek, om deze wolvenaanval met zekerheid aan wolvin Naya te kunnen toeschrijven, maar ook voor de getroffen landbouwer: die kan immers alle schade vergoed krijgen door het Agenschap voor Natuur en Bos op basis van een onderbouwd schadedossier waarin moet aangetoond worden dat het hier wel degelijk om een wolvenaanval ging.
Dankzij de snelle reactie van zowel het Meldpunt Wolven als het INBO zijn dezelfde dag nog DNA-stalen genomen. Voorlopig wijst alles op een echte wolvenaanval: de manier waarop de schapen gedood zijn – met een halsbeet – en de bijna chirurgische precisie waarmee de aanvaller zich tegoed heeft gedaan aan één van de karkassen, maar ook wolvensporen die werden gevonden op de oever van een pas geruimde beek in de buurt. Het zal uiteindelijk het Agentschap voor Natuur en Bos zijn dat op basis van het volledige schadedossier en de wetenschappelijke bevindingen van het INBO een beslissing zal nemen. Eén ding is wel zeker: alles wat kon gedaan worden om de schade snel en objectief vast te stellen, is ondernomen.
De grootste pluim is ongetwijfeld voor de getroffen landbouwer, die ondanks alles zéér positief blijft ten aanzien van de terugkeer van de wolf. De Vlaamse overheid heeft de rol gespeeld die ze moest spelen door net op tijd een schaderegeling te voorzien vóór de eerste wolf poot zette op Vlaamse bodem. Landschap vzw en het Meldpunt Wolven zijn blij dat ze een bijdrage konden leveren door informatie te verzamelen en die vervolgens snel aan de juiste mensen en instanties te bezorgen. Na 6 jaar voorlichting geven en informatie verzamelen, is dit de eerste keer dat het Meldpunt Wolven informatie ontvangt die aanleiding geeft tot onmiddellijke actie op het terrein.
Waar Naya zich nu bevindt, zal de toekomst uitwijzen. Is ze teruggekeerd naar het militair domein van Leopoldsburg-Beringen, of is ze verder getrokken?
Van nature hebben wolven een voorkeur voor wilde prooien zoals reeën en everzwijnen, maar die blijven uiteraard niet wachten op de wolf en maken zich met een snelvaart uit de voeten. Als het alternatief erin bestaat om een mak schaap aan te vallen, zal de opportunistische wolf in sommige gevallen voor dat laatste kiezen. Preventie is nog steeds de enige manier om nieuwe wolvenaanvallen op huisvee – in praktijk bijna altijd schapen – te voorkomen. In onze contreien betekent dat ’s nachts ophokken, zoals we ook kippen beschermen tegen vossen of steenmarters, of het plaatsen van stroomrasters rond schaapskuddes. Een meer geavanceerde manier is kuddebewaking door Roemeense herdershonden, maar dat is uiteraard niet weggelegd voor hobbylandbouwers die maar enkele schapen houden.
Deze wolvenaanval is de eerste in Vlaanderen en daarmee een spijtige primeur. We kunnen alleen maar hopen dat de frequentie van dit soort voorvallen beperkt zal blijven en dat de schaarse wolven in onze regio een voorkeur aan de dag leggen voor wilde prooien. Afschermen van huisvee, zeker in periodes dat een zwervende wolf wordt gemeld, kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren.
De wolf is een zeldzame en daarom Europees beschermde soort. Als hij aantoonbare schade aanricht, zal die door de overheid vergoed worden. Alleen zo kan er een breed maatschappelijk draagvlak ontwikkeld worden voor het samenleven tussen wolven en mensen.
