Gedurende 70 jaar was de wolf volledig afwezig in Frankrijk, maar sinds 1992 worden er opnieuw wolven waargenomen, vooral in het zuidoosten.
DNA-analyse toonde aan dat de nieuwe wolven afkomstig zijn van de Italiaanse populatie. In de Alpen staken de Italiaanse wolven de grens met Frankrijk over en koloniseerden ze eerst het Nationaal Park Mercantour. Vervolgens veroverden ze de rest van de Franse Alpen.

Vanuit diezelfde populatie trokken ook wolven dwars door de Rhônevallei naar de Pyreneeën. Tot in Spanje probeerden ze al territoria te vestigen, waarmee ze op het terrein van de Iberische wolven komen. In hun ijver om te herkoloniseren veroverden ze eveneens het Centraal Massief.
Wolven van die alpiene populatie zitten eveneens in Zwitserland, Oostenrijk, Zuid-Duitsland en de Vogezen. In de Vogezen werden de eerste roedels helaas afgeschoten, maar de kolonisatie wordt telkens opnieuw herhaald. De Vogezen zijn de springplank naar het Groothertogdom Luxemburg en de Franse en Belgische Ardennen.

In de Oostenrijkse Alpen en Zuid-Duitsland ontmoetten Frans-Italiaanse wolven al Oost-Europese zwervers. In 2017 was er een eerste gemengd koppel. Daarmee zijn de Europese wolven erin geslaagd om een verbinding te leggen tussen twee populaties die zéér lang geen contact meer hadden gehad. De genetische uitwisseling die daarvan het gevolg is, is van groot belang voor een duurzaam voortbestaan van wolven in heel Europa.
De Franse Dienst voor Biodiversiteit – het Office Français de la Biodiversité – schat dat er begin 2020 ongeveer 580 wolven leefden in Frankrijk. Buiten de Alpen en het Juragebergte zijn er echter weinig roedels, ook al is de wolf bijna permanent aanwezig in andere regio’s. Eenzame wolven werden waargenomen in het midden van het land en zelfs in Normandië.

Veefokkers verzetten zich tegen de groeiende populatie omdat wolven hun dieren aanvallen. In 2019 werden in Frankrijk officieel 3.742 aanvallen op in totaal 12.451 landbouwdieren geteld, overwegend schapen. Het is echter een publiek geheim dat zowat elk dood schaap in wolvengebied wordt geclaimd als een wolvenkill, ook als er absoluut geen wolf in het spel is. Zo pogen veehouders een schadevergoeding op te strijken.
De overheid financiert preventieve maatregelen ter voorkoming van schade aan de veestapel, zoals elektrische afsluitingen, kuddewaakhonden en herders. Helaas is diezelfde overheid heel soepel in het verlenen van afschotvergunningen voor wolven die vee aanvallen. De nationale overheid laat de beoordeling geval per geval over aan lokale verkozenen en die moeten hun stemmen halen bij een kiespubliek van vooral schapenhouders. Dat betekent dat de Franse wolven in de praktijk haast vogelvrij zijn.
De nationale overheid heeft voor zichzelf uitgemaakt dat het aantal wolven in Frankrijk 500 exemplaren mag bedragen en dat de rest mag worden afgeschoten. Dat aantal is belachelijk laag als je weet hoe uitgestrekt het landelijke Frankrijk is. Hoewel de grijze wolf een strikt beschermde diersoort is in de EU mag er dankzij een achterpoortje in de Europese wetgeving elk jaar een quotum worden gedood in Frankrijk. In 2020 ligt dat quotum op maar liefst 17 à 19 procent van de geschatte populatie. De Europese Commissie staat erbij, kijkt ernaar en doet helemaal niets.

Zelfs de Franse natuurorganisaties hebben boter op het hoofd. Uit angst om hun werkingssubsidies te verliezen maken zij immers geen vuist. Zelfbehoud gaat boven natuurbehoud. Een prettige uitzondering op die regel is de organisatie FERUS, die consequent opkomt voor de bescherming van grote predatoren zoals wolf, lynx en bruine beer.
