Aan het begin van 2019 deed zich een beetje een onheuse situatie voor. In Nederland, dat al sinds 2015 met enige regelmaat wolven op bezoek kreeg vanuit Duitsland, waren eindelijk twee wolvinnen gesetteld, allebei op de Veluwe. Maar van een wolvenpaar, laat staan een roedel, was nog geen sprake.
Vlaanderen kreeg pas drie jaar later zijn eerste wolf over de vloer, maar daar was het meteen raak. Wolvin Naya en wolf August troffen volop voorbereidingen voor een eerste nestje. Februari is paartijd in wolvenland en het gevolg liet zich perfect voorspellen: ergens tussen half april en half mei zouden er kleine welpen verschijnen. Dat betekende dat we tegen oktober een volwaardige roedel zouden hebben in onze regio.
Net toen de Nederlanders de hoop hadden opgegeven om Vlaanderen nog bij te benen, verscheen de wolvin op de Noord-Veluwe voor een wildcamera met een reu aan haar zijde. De twee konden het duidelijk goed met elkaar vinden. Zou het dan toch? Het was inmiddels eind februari en het was maar de vraag of de twee elkaar op tijd hadden ontmoet om dit jaar nog voor nageslacht te zorgen.

Twee maanden later was er meer duidelijkheid: zowel de wolvin op de Noord-Veluwe als wolvin Naya in Belgisch Limburg was zwanger.
Op de Veluwe werden vijf welpen geboren, waarvan er nooit meer dan drie samen voor de wildcamera verschenen. Hun ontwikkeling verliep voorspoedig, alles ging volgens het boekje. Een paar wandelaars en natuurfotografen maakten beelden van hun close encounters met de wolvenfamilie. Dat was telkens een bevestiging dat het goed met hen ging.
In Belgisch Limburg werd Naya op 10 mei 2019 door een wildcamera van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek gefotografeerd met een hoogzwangere buik. Kort daarna beviel ze van een onbekend aantal welpen.
In de weken die volgden, werd August meerdere keren op camera vastgelegd met een volle maag en zelfs een paar keer met een prooi in zijn muil. Telkens liep hij in dezelfde richting: die van het nest. Hij was de enige kostwinner en zorgde voor zijn gezin. Terwijl Naya de welpen warm hield, zoogde en beschermde, ging de reu op jacht om voedsel te vergaren dat hij vervolgens netjes opbraakte bij het nest, zodat Naya te eten had.

Uit de looprichting van de mannetjeswolf voor verschillende camera’s kon de positie van het nest bij benadering worden afgeleid. Naya had haar nest in het militair schietterrein, in de verboden zone, waar op papier geen jacht was toegestaan. De Vlaamse overheid koos ervoor om niet te dicht in de buurt te komen en een totale radiostilte te respecteren.
Helaas zou niemand de welpen ooit te zien krijgen, want eind mei of begin juni 2019 werd Naya vermoord door een taskforce van lokale jagers. De welpen, die toen amper twee à drie weken oud waren, ondergingen hetzelfde lot of stierven van ontbering. Zelfs als ze nog hadden geleefd, kon August niets voor hen betekenen, want op hun leeftijd waren ze nog helemaal aangewezen op moedermelk.

Publieke verontwaardiging over een laffe moord
Dat Naya vanaf midden mei niet meer was verschenen op de wildcamera’s in de buurt van de nestsite, was perfect normaal. Een wolvin met kleine welpen blijft de eerste weken immers dicht bij haar kroost en maakt geen grote uitstappen. Maar toen Naya in de loop van juni nog altijd niet boven water was gekomen, begonnen de eerste knipperlichten te knipperen.
Maar de zomervakantie brak aan en het was al snel midden augustus vooraleer de meeste vakanties afliepen. Toen pas raakte de Natuurinspectie Oost van het Agentschap voor Natuur en Bos betrokken bij de inmiddels onrustwekkende verdwijning van Naya. Er was ook een anonieme tip binnengekomen. Het werd pijnlijk duidelijk dat er stront aan de knikker was. De hoop op een goede afloop slonk met de dag.
De Natuurinspectie voerde een gericht onderzoek in de verboden zone van Kamp Beverlo. In het gebied van de nestsite betrapten de natuurinspecteurs op korte tijd drie verschillende leden van Wildbeheereenheid De Zandhaas op heterdaad op daden van stroperij. Ze vonden stroppen bij een illegale voederplek voor wilde zwijnen. Toen de federale gerechtelijke politie een drone inzette om het immense militair domein te screenen, werden in de verboden zone twee jagers met een terreinvoertuig en geladen jachtgeweren betrapt. Ze waren zowel letterlijk als figuurlijk een beetje te ver gegaan. Prompt werd hun vergunning ingetrokken.
Eind september concludeerde het Agentschap voor Natuur en Bos officieel dat Naya niet meer in leven was en dat ze was gedood door ‘professionals’ – het woord jager durfden ze niet in de mond te nemen. Er ging een golf van verontwaardiging door Vlaanderen. Tv-presentator Chris Dusauchoit wist het kernachtig te omschrijven in een krantencolumn: ‘Naya was van iedereen.’ Inderdaad, heel Vlaanderen had de moeder van de eerste Vlaamse wolvenwelpen in het hart gesloten.

Er stak een storm van protest op en de jachtsector was kop van Jut. Bij de Hubertus Vereniging Vlaanderen, de belangenvereniging van de Vlaamse jagers, dachten ze dat de storm wel weer zou overwaaien. Even low profile blijven en daarna weer demarreren, leken ze daar te denken.
De storm waaide niet over.
Spontaan meldden zich bij Landschap vzw en Welkom Wolf mensen die op het militair domein getuige waren geweest van onregelmatigheden en belangrijke feiten. Anderen kwamen pas met hun verhaal nadat Vogelbescherming Vlaanderen, Animal Rights en Natuurhulpcentrum Oudsbergen samen een premie van 30.000 euro hadden uitgeloofd voor de gouden tip die zou leiden tot de ontmaskering en de veroordeling van de dader. Het geld kwam niet van de organisaties zelf, maar van leden en donateurs die er alles voor over hadden om de waarheid aan het licht te brengen en gerechtigheid te doen geschieden.
Een kroongetuige vertelde aan Landschap vzw hoe hij in het voorjaar van 2019 door een jager van WBE De Zandhaas staande was gehouden aan de rand van de verboden zone op het militair domein. De wandelaar kreeg de nadrukkelijke boodschap om niet verder te gaan omdat de jager en zijn maat ‘daar op de wolf aan het jagen waren’. Met ‘daar’ bedoelde de chauffeur wel degelijk de no-gozone van het militair domein, waar elke vorm van jacht verboden was en waar – althans buiten de weekends – met scherp werd geschoten. Zelfs de boswachters kwamen er nauwelijks. Het was bekend dat Naya daar haar nest had.

Zoals dat altijd gaat in zulke gevallen, werden de instructies gebruld door het openstaande venster van een terreinwagen. Naast de jager stond een geladen jachtgeweer. In een emmer lagen vleesbrokken die bedoeld waren als lokvoer.
Nadat de man zijn instructies had gebruld, stoof hij weg, recht de verboden zone in. Hij had er geen benul van dat hij werd herkend door de persoon die hij had gesommeerd om weg te blijven.
De datum was 26 mei 2019. Die middag was Naya nog in leven, maar niet meer voor lang.
Toen eind september de dood van Naya werd bekendgemaakt, doken nog meer verklaringen op. Een andere jager – ‘de maat’ van de eerste – had zitten opscheppen over zijn rol in de verdwijning van Naya, een rol waar hij overigens heel trots op was. Verschillende mensen waren getuige van die moordclaim. Toen de premie van 30.000 euro voor de gouden tip via de media wereldkundig werd gemaakt, stapten zij naar de Natuurinspectie en de politie om aangifte te doen tegen ‘de maat’.
Oeps.
De getuigen werden uitgenodigd voor verhoor, eerst door de Natuurinspectie van het ANB, later ook door de federale gerechtelijke politie in Hasselt. Er werd een onderzoeksrechter op de zaak gezet. Landschap vzw, Vogelbescherming Vlaanderen en de Vlaamse overheid stelden zich burgerlijke partij om de zaak op de voet te kunnen volgen en te gepasten tijde inzage te krijgen in het dossier.



Maar de molen van politie en gerecht maalt traag, tergend traag. Toen de feiten al bijna een jaar oud waren, brak de coronacrisis in alle hevigheid los. Het zou uiteindelijk tot mei 2020 duren vooraleer de kroongetuige werd verhoord. Al die tijd bestond de kans dat bewijzen zouden verdwijnen.
Het sprak voor zich dat het karkas van de wolf al meteen na de feiten werd opgeruimd. In de natuur zou het al snel weggewerkt zijn door aaseters – zoals vossen, wilde zwijnen en buizerd – maar volgens een hardnekkig gerucht in het jagersmilieu wilden de daders dat risico niet nemen. Het lijk werd verbrand in een open olievat in de tuin van een van de Zandhazen.
Zonder in details te treden kunnen we vertellen dat er nog ander, cruciaal bewijs is. Alleen dreigt ook dat te verdwijnen als het onderzoek lang blijft aanslepen. Tegen beter weten in willen we nog altijd geloven dat het gerecht zijn werk zal doen en met resultaten zal komen. Maar net als tijdens de verdwijning van Naya is het gezegde ‘geen nieuws, goed nieuws’ hier niet van toepassing.
Op basis van de getuigenverklaringen is een heel sterk dossier gebouwd tegen de daders, maar er zijn dringend enkele onderzoeksdaden op het terrein nodig om de bewijslast verder aan te vullen. Was het een moord op een mens geweest, dan zat de dader al lang achter slot en grendel, maar de moord op een wolf is slechts een overtreding van het Natuurdecreet – weliswaar een van de zwaarste categorie.
We kunnen niet anders dan concluderen dat schendingen van het Natuurdecreet geen prioriteit zijn voor het parket in Hasselt. Het risico bestaat dat de dader er toch nog mee weg komt, ondanks de stapel bewijzen. Er wordt gewoon niet voluit achter de daders gegaan.

Een schietkraam zonder toezicht
Als de aankomst van Naya in hellhole België al wereldnieuws was, dan was haar tragische dood dat nog des te meer. En ook nadien bleef Naya de actualiteit bepalen. De jager die haar doodschoot, had er geen benul van wat hij in gang zou zetten.
Na de laffe moord op de wolvin eisten Landschap vzw, Vogelbescherming Vlaanderen, Natuurhulpcentrum Oudsbegen en Animal Rights een onmiddellijk moratorium op de jacht in het wolvengebied.
Toen wolvin Naya begin januari 2018 Vlaanderen binnenliep, was de Vlaamse overheid daar op geen enkele manier op voorbereid, ondanks de herhaalde waarschuwingen sinds 2011 dat de wolf op weg was. Het kabinet van Vlaams minister Joke Schauvliege lachte de voorspellingen weg: ze zouden het probleem wel oplossen als het zich voordeed.
Op 4 januari 2018 werd niet meer gelachen toen bleek dat het meest iconische van alle Europese zoogdieren was teruggekeerd naar Vlaanderen en bovendien van plan was te blijven. Vlaanderen had op dat ogenblik zelfs geen aanzet tot een wolvenplan.
In zeven haasten werd zo’n plan klaargestoomd – op korte termijn vooral bedoeld om een totale blamage voor de minister te voorkomen als er in het Vlaams Parlement kritische vragen zouden komen over het ontbreken van een wolvenplan. Alle denkbare actoren werden rond de tafel gezet om het document snel goed te keuren. Uiteindelijk werd het Vlaams wolvenplan een degelijk document, maar dat was geheel de verdienste van de opstellers ervan, zeker niet die van de toenmalige minister.

In de natuurkernen binnen het wolventerritorium – twee grote militaire domeinen en domeinbos Pijnven – werd een cameranetwerk geïnstalleerd om degelijke monitoring mogelijk te maken. Beleidsmatig werd er echter bitter weinig actie ondernomen: het was vooral business as usual.
Ja, er kwam voorlichting over preventie van wolvenschade en er volgden andere sympathieke acties waar niemand tegen kon zijn. Maar in het hart van het wolvengebied mochten jagers ondertussen nog altijd drukjachten op everzwijnen organiseren alsof er nooit iets was veranderd. Jagers bleven genieten van alle privileges, zoals het bezetten van hoogzitten en het betreden van het terrein met terreinwagens. Dat mocht zelfs in de schemering, het moment waarop wolven het actiefst zijn. Het hele jaar door bleef het wolventerritorium een groot schietkraam zonder noemenswaardig toezicht.
In al zijn naïviteit had het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de zorg voor de wolven toevertrouwd aan de actoren die op het terrein het grootst in aantal waren: de plaatselijke jagers. Dat was een noodgreep, want met slechts een handvol natuurinspecteurs voor heel Limburg was het op voorhand al zonneklaar dat het ANB de noodzakelijke bewaking op het terrein nooit zou kunnen waarmaken. Jagers staan erom bekend dat ze geen pottenkijkers dulden. Als zij zich agressief zouden opstellen tegenover iedereen die het terrein nog maar zou naderen, dan was dat meteen de beste garantie dat er geen ‘onbevoegden’ in de buurt van het nest zouden komen. Bovendien hadden ze beloofd om goed voor de wolven te zorgen. Wat kon er mis gaan?

Nochtans maakte een deel van de Vlaamse jagers er al van dag één geen geheim van dat ze de wolf liever kwijt dan rijk waren. Ze deden er alles aan om te suggereren dat de wolven waren uitgezet – dat het met andere woorden geen echte waren. Ondanks hard wetenschappelijk bewijs dat Naya, Roger en August zwervers waren die via Nederland uit Duitsland waren gekomen, bleven tal van jagers op sociale media verklaren dat de wolven waren uitgezet.
Het ANB nam een enorm risico door jagers mee verantwoordelijk te maken voor het opvolgen van de wolven terwijl de websites en sociale media van de jagerij bol stonden van de doodsbedreigingen aan het adres van de wolven. In ruil voor het doorspelen van waarnemingen – die weinig bijbrachten omdat de camera’s al hetzelfde deden – en de belofte dat ze de wolven met rust zouden laten, konden de jagers hun gangen blijven gaan alsof er nooit wat was veranderd: haast onbeperkte toegang, met alle middelen, op eender welk tijdstip, dag en nacht. Ze moesten alleen een beetje wegblijven uit het schietterrein waar de militairen met echte munitie schieten, maar dat is – althans op papier – nooit anders geweest.
Als je weet dat de voorzitter van De Zandhaas de hele wereld afreist om de meest gore slachtsafari’s te beleven en trofeeën mee naar huis te brengen, en dat met name het wolvengebied in Kirgizië een van zijn favoriete bestemmingen is, dan was het misschien niet erg wijs om uitgerekend aan die groep een stuk verantwoordelijkheid over de allereerste Vlaamse wolven toe te vertrouwen. En dat is nog heel beleefd uitgedrukt.

Feit is dat de Vlaamse overheid in 2019 heeft gefaald. Zwaar heeft gefaald zelfs. Eenvoudiger kon het nochtans nooit worden: één groot, relatief aaneengesloten wolvengebied, met daarin ruwweg 10.000 hectare kernnatuur, integraal beheerd door slechts één instantie, de Vlaamse overheid zelf. Jazeker, het is de Vlaamse overheid zelf die op haar grondgebied moet toezien op de duurzame instandhouding van Europees beschermde soorten. Zij heeft alle troeven in handen om die opdracht tot een goed einde te brengen: belastinggeld, personeel, knowhow.
Uitgerekend die Vlaamse overheid ging compleet de mist in. Dat is nu eenmaal wat er gebeurt wanneer je liever jagers faciliteert dan je eigen boswachters en natuurinspecteurs de middelen te geven die ze nodig hebben om een duurzame staat van instandhouding af te dwingen. Zeker bij de Natuurinspectie is het personeelstekort hemeltergend. Drie natuurinspecteurs voor heel Limburg kunnen onmogelijk de klok rond een hele provincie in de gaten houden. Handhaving is geen nine-to-five-opdracht: het wordt pas menens als de zon onder gaat en het weekend aanbreekt.
Wanneer je de nachtelijke jacht op everzwijnen toelaat, het hele jaar door en met alle middelen, wordt handhaving per definitie onmogelijk. Het alibi om bij nacht en ontij met een geladen jachtgeweer een hoogzit te bemannen, is immers altijd hetzelfde: ‘We waren op wilde zwijnen aan het jagen.’
Net daarom eisten Landschap vzw en de andere natuurverenigingen na de dood van Naya een onmiddellijk moratorium op de jacht in het wolvengebied. Wij wilden erger voorkomen, want wolf August was immers nog aanwezig in het wolventerritorium. Elke dag liep hij het risico om hetzelfde lot te ondergaan als Naya. Bij ongewijzigd beleid was het slechts een kwestie van tijd voor Vlaanderen ook zijn laatste levende wolf zou verliezen.

Alleen met een totaalverbod op jacht in het hele wolventerritorium was er enige kans op een ‘doorstart’ van de prille wolvenpopulatie in Vlaanderen. Er was immers nog een kans dat in de komende maanden of jaren een zwervende wolvin het territorium van August zou weten te vinden. Maar evengoed was het mogelijk dat Vlaanderen en het ANB geen tweede kans zouden krijgen en dat August Vlaanderen zou inruilen voor een regio die wél kon instaan voor de veiligheid van zijn wolven.
Tegelijk pleitten de natuurverenigingen voor een onmiddellijke versterking van de Natuurinspectie in het wolvengebied – en daar pleiten we nog altijd voor. Eigenlijk zou de Natuurinspectie in héél Limburg drastisch versterkt moeten worden om de pakkans van malafide figuren de hoogte in te jagen. Nu het almaar waarschijnlijker wordt dat wolven zich de komende jaren ook in andere delen van Limburg gaan vestigen, zal alleen al deze soort voor extra werk zorgen. Het kan niet de bedoeling zijn dat andere dossiers ondertussen niet worden opgevolgd. En ook in de Antwerpse Kempen en Vlaams-Brabant kan de overheid die versterking maar beter al gaan voorbereiden.
Voorts mag het Agentschap voor Natuur en Bos eens nadenken over de vraag of het nog wenselijk is om het grote publiek de toegang te verbieden tot zogenaamde rustgebieden om die dan vervolgens wél open te stellen voor cowboys met jeeps en jachtwapens. Wij eisen niet minder dan dat rustgebieden ook effectief rustgebieden zijn en dat er voor jagers geen andere privileges gelden dan voor gewone burgers.
Gelukkig is er hoop.
Inmiddels hebben de verkiezingen van 2019 een nieuwe Vlaams minister voor Omgeving, Energie, Toerisme en Justitie opgeleverd: Zuhal Demir. Eindelijk is er een kans op een trendbreuk na een decennium van stilstand en zelfs achteruitgang.

Landschap vzw en de andere natuurverenigingen zijn nog altijd boos op de Vlaamse overheid, maar we zullen op het juiste moment aankloppen bij minister Demir. Zij is niet bezwaard door het verleden of door banden met belangengroepen. Bovendien is zij afkomstig uit Limburgs wolvengebied. Als beleidsverantwoordelijke is het nu aan haar om het Agentschap voor Natuur en Bos te wapenen. Een zeldzaam Europees icoon verdient de beste bescherming, geen business as usual.
Ondertussen bleef wolf August verweesd achter in het territorium dat hij van Naya had geërfd. Zou hij in het gebied blijven of zou hij op termijn wegtrekken, op zoek naar een nieuwe partner en een nieuw leefgebied waar de overheid wel voor zijn veiligheid kon instaan?
Hij leek nog even te zullen blijven, maar het jaareinde naderde en het volgende paarseizoen kwam eraan. Niets was nog zeker, maar veel kenners gaven hem maximaal zes maanden. Ze voorspelden dat August zou wegtrekken als er niet snel een nieuw vrouwtje in zijn territorium zou opduiken.