Het provinciebestuur van Friesland nam vorige week een motie aan over de wolf. Of beter gezegd: tegen de wolf.
Landbouwgedeputeerde Klaas Fokkinga wordt opgedragen om in Den Haag het uitvoeren van regelgeving te bepleiten die het afschieten van de wolf mogelijk maakt.
De provincie overweegt nu de jacht op reewild te beperken om zo meer prooidieren voor de wolf over te laten, om dan achteraf te kunnen zeggen dat ze er alles aan gedaan hebben om te voorkomen dat de wolf boederijdieren zou pakken. Om finaal een alibi te hebben om wolven te gaan ‘beheren’ (lees: afschieten).
“Veel boerderijdieren worden niet goed beveiligd gehouden. Dat moet en kan beter. Daarnaast is het een optie om het afschot van reewild voor 2023 drastisch omlaag te brengen. Er zijn dan immers meer prooidieren voor de wolf. De provincie staat richting Rijk sterker als ze alles wat kon – voorlichting, beveiligingsmaatregelen voor boerderijdieren, stoppen met jacht op prooidieren voor de wolf – heeft gedaan.”
Maar het ultieme doel is dus vooraf al bepaald: afschot. Gestoorde geesten daar in de Provinciale Staten van Friesland…
