
Een jager die op 9 augustus 2019 gewapend in wolvengebied te Hechtel-Eksel betrapt werd, is door de Kamer van Inbeschuldigingstelling te Antwerpen doorverwezen naar de correctionele rechtbank. Dat gebeurde al eens op 22 december 2020 door de Raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt, maar de beklaagde tekende meteen hoger beroep aan. Zijn beroep haalde niets uit; de doorverwijzing komt er nu alsnog.
Omtrent de moord op wolvin Naya in 2019 en jachtovertredingen in haar nestgebied lopen er drie onderzoeken: het hoofddossier, waarin Landschap vzw, Vogelbescherming Vlaanderen vzw en de Vlaamse overheid zich burgerlijk partij hebben gesteld, en twee nevendossiers. Het eerste nevendossier handelt over daden van stroperij, het tweede over de illegale aanwezigheid van jagers in het verboden gebied (deze zaak). In de zaak van de stroperij had de Raadkamer reeds beslist om de verdachten door te verwijzen naar de correctionele rechtbank.
In deze zaak werd een heuse procedureslag uitgevochten die vooral draaide rond het feit dat jagen op andermans eigendom alleen tot vervolging kan leiden als de jachtrechthouder (Defensie) klacht indient. Vogelbescherming Vlaanderen – dat zich ook in de nevendossiers burgerlijke partij had gesteld – had volgens de advocaat van de beklaagde daartoe geen enkele bevoegdheid. Ook eiste de advocaat dat de camerabeelden van het INBO – Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, dankzij dewelke beklaagden konden worden geïdentificeerd, nietig zouden worden verklaard wegens overtreding van de zogenaamde camerawet.
Natuur en Bos en het INBO hadden immers in het domein verschillende wildcamera’s geplaatst om de wolven te fotograferen, niet om misdrijven op te sporen of vast te stellen. De Kamer van Inbeschuldigingstelling is nu van oordeel dat geen enkele wettelijke bepaling belet dat wanneer op deze beelden aanwijzingen van een misdrijf te zien zijn, deze worden gebruikt in de rechtbank.
Nu het hoger beroep ongegrond is verklaard, zullen de beklaagde en zijn kompaan (die geen hoger beroep aantekende) kunnen vervolgd worden voor het jagen op andermans grond, met name in de verboden zone van het militair domein. Het is daar dat de nestsite van Naya zich bevond, maar het is een publiek geheim dat er ten aanzien van de jagers door Defensie en Natuur en Bos een gedoogbeleid werd gevoerd tot het gruwelijk misliep met Naya. In die zin is het zelfs bedenkelijk dat beide overheden nu plots ‘verontwaardigd’ zijn over de illegale aanwezigheid van jagers, temeer omdat er op het vlak van dat gedoogbeleid nog steeds niets veranderd is op het terrein.
Opmerkelijk is verder dat de advocaat van de beklaagde bestuurslid is van de Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV). Iedereen heeft uiteraard recht op verdediging en een advocaat, maar het is bijna een traditie dat advocaten met een bestuursfunctie in de HVV stropers verdedigen in plaats van eindelijk eens de rotte appels uit de mand te verwijderen.
De toekomst zal uitwijzen of deze zaak ook in verband kan worden gebracht met de dood van Naya. In dat hoofddossier heeft Landschap vzw als burgerlijke partij onlangs nog een verzoekschrift tot inzage in het dossier ingediend bij de onderzoeksrechter, maar dat verzoek werd niet ingewilligd omdat er nog steeds onderzoeksdaden lopen.
(bewerking van persbericht Vogelbescherming)
